Een traceroute lezen: hops, sterretjes en latency uitgelegd | Check Host

Een heldere uitleg van traceroute-uitvoer: wat elke hop betekent, waarom sommige sterretjes tonen en hoe je ziet waar een netwerkpad echt breekt.

Traceroute toont elke router waar je pakketten langs gaan op weg naar een host, en hoe lang elke router over zijn antwoord deed. Het is het beste hulpmiddel voor de vraag "waar gaat het mis?" — maar de uitvoer wordt makkelijk verkeerd gelezen.

Hoe traceroute werkt

Elk IP-pakket heeft een TTL (time to live) die elke router met één verlaagt. Bereikt die nul, dan gooit de router het pakket weg en stuurt een foutmelding terug. Traceroute stuurt pakketten met TTL 1, 2, 3 enzovoort, zodat elke router op het pad zich om de beurt laat zien. Elke regel in de uitvoer is één hop: het adres van de router, de hostnaam als die er is, en de round-trip-tijd.

De regels lezen

Sterretjes zijn meestal geen probleem

Een regel * * * betekent dat die router niet op tijd antwoordde. Veel routers beperken of negeren traceroute-pakketten terwijl ze het verkeer gewoon doorsturen. Als latere hops wel antwoorden, zijn de sterretjes onschuldig. Alleen sterretjes die tot het einde doorlopen wijzen op een echte onderbreking — en die zit direct na de laatste hop die antwoordde.

Latency die springt — en hoog blijft

Eén trage hop in het midden betekent vaak niets: routers beantwoorden traceroute met lage prioriteit. Waar het om gaat is of de extra latency bij alle volgende hops blijft. Springt hop 7 van 20 ms naar 150 ms en zitten alle latere hops ook rond 150 ms, dan zit de trage verbinding tussen hop 6 en 7. Een sprong van die omvang betekent meestal dat het pad een oceaan overstak — normaal voor een host op een ander continent.

ICMP, UDP of TCP?

Firewalls behandelen ze verschillend. Klassieke Unix-traceroute gebruikt UDP, Windows tracert gebruikt ICMP, en TCP-traceroute naar poort 443 lijkt op gewoon webverkeer, dus die bereikt het vaakst een host achter een strenge firewall. Bij de online traceroute kies je zelf protocol en poort.

Waarom één traceroute niet genoeg is

Routering op internet is asymmetrisch en verschilt per regio: het pad vanuit Duitsland heeft niets gemeen met het pad vanuit Japan. Traceroute vanuit meerdere landen tegelijk laat zien of een storing beperkt is tot één carrier of dicht bij de bestemming zit. Stoppen alle locaties bij dezelfde laatste hops, dan zit het probleem bij de host. Faalt alleen één regio, dan is het een routerings- of peeringprobleem in die regio.

Combineer met ping

Traceroute toont het pad; een pingtest toont hoe stabiel de verbinding is over meerdere pakketten. Gebruik beide: ping om pakketverlies te ontdekken, traceroute om het te lokaliseren. Onze uitleg over latency en pakketverlies vertelt welke waarden normaal zijn.